Kweek met de magellaansijs

Deze soort wordt ook Zwartkopsijs of Magelhaensijs genoemd, maar doordat ze vaak verkeerd worden benoemd, houden wij ons aan de officiële naam; Magellaansijs. In totaal zijn er 16 ondersoorten vermeld met het gebied waar ze voorkomen. Helaas zijn er bijna geen goede beschrijvingen en blijft de determinatie moeilijk.
Ze zijn van nature erg levendig en hebben een fijne zang. Er wordt aangegeven dat ze zorgvuldig geacclimatiseerd en een vorstvrij verblijf nodig hebben, maar bij ons leven ze gewoon in de volière met een onverwarmd nachthok. In het najaar van 2005 hebben we op een beurs een koppel import gekocht. Maar in 2006, kwamen we al snel tot de ontdekking dat je beter meerdere koppels van één soort in je bestand kunt hebben, toen onze man gestorven was. We gingen op zoek naar nieuwe Magellaansijzen, maar dit was niet zo gemakkelijk. In Duitsland konden we via internet op 23 april 2007, 1 man en 2 poppen kopen en via een kweker van onze vereniging nog een extra man.

magellaansijs pop schimmel
magellaansijs pop schimmel

Magellaansijs man

Carduelis Magelanicus Magelanucus man

 

Op 14 maart 2008 konden we nog eens 2 mannen en 4 poppen kopen, allemaal onverwant. Dit ging samen in een koop met een koppel Baardsijzen. (zie Kweekverslag). Trots waren we dat een nieuwe pop al snel aan nestbouw begon. Ons viel op dat haar mannetje het rustigste is, van alle Magellaansijsmannen, die we in ons bezit hebben. Ze zijn snel aan ons gewend, aan hun nieuwe voersamenstelling en onze manier van verzorging. Alleen nestcontrole was voor ons lastig. We wilden ze niet verjagen en kwamen daarom pas op 30 maart erachter dat er 5 eitjes in het nest lagen. Op 4 april konden we goed zien, dat er 3 bevrucht waren. Op 9 april zag het eerste jong zijn levenslicht. (het 1e ei was dus al op 25 maart gelegd) Als broedtijd wordt ongeveer 13 dagen aangegeven. Na twee dagen kwam het tweede jong uit het ei.

Nest magellaansijzen
Nest magellaansijzen

De eerst twee dagen heeft het jong weinig in de krop. Ze krijgen dan geen voer, omdat ze eerst de voedingstoffen die ze uit het ei hebben meegekregen moeten verteren. De tweede dag krijgen ze van het popje alleen maar kropvocht toegediend, daarna zien we steeds meer eivoer en kiemzaad in de krop. Helaas zijn de nachten erg koud, het vriest zelfs, en blijft het popje op het nest broeden. Ze voert heel slecht, wat volgens ons de oorzaak is van de dood van de laatste twee jongen op 14 april. Gelukkig leeft het oudste jong nog! We houden het nu goed in de gaten en voeren ’s avonds het jong bij het een spuit. Gelukkig kunnen we het jong op 16 april (7 dagen oud, normaal is dit 4 tot 5 dagen) ringen, waarna de pop opeens aan het voeren ging. Ze voert ineens zo goed dat het kleine jong heel hard groeit en zijn kopje bijna niet meer ophoog kan krijgen. We denken dat het toch aan het weer, de nachten met vorst, heeft gelegen, dat het popje bleef broeden en slecht voerde. Op 25 april zit de kleine op een zitstok, maar het jong is nog zo klein. Vliegen lukt de kleine ook niet, dus besluiten we het jong terug in het nest te leggen. Als het jong gekalmeerd is, door de hand boven het nest te houden, laten we ze met rust. Gelukkig zit de kleine de volgende dag nog steeds in het nest, lekker warm!
Inmiddels zijn de andere Magellaansijspoppen ook een nest aan het bouwen en eieren aan het leggen. ’s Nachts is het toch het beste de man te scheiden van de pop, zodat zij in alle rust haar ei kan leggen. Meestal is de man zo fel dat hij een ei stuk zal maken als hij de pop op het nest wil bevruchten. ’s Morgens vervang je het ei door een kunstei en laat de man weer bij haar. Een prachtig lied klinkt er als gevolg! Na 4 eieren kan ze gaan broeden. De man kun je dan eventueel nog gebruiken bij een andere pop. Volgens de boeken is dit bij sijzen niet mogelijk (ze blijven een paartje), maar uitzonderingen bevestigen de regel!
De meeste nesten bestaan uit één of twee jongen, maar we zijn trots te kunnen vermelden dat we ook een nest met vijf jongen hadden, die het allemaal overleeft hebben. Door natuurlijke uitval zitten er op dit moment 11 mooie jongen op stok.
Enkele zijn al aan het kleuren en het zingen, de rui begint en het broedseizoen is helaas afgelopen.

Herm en Nora.