Mijn praktische ervaringen en adviezen op een succesvolle kanariekweek.

Voordat er aan de kweek begonnen wordt, is het noodzakelijk dat de kweker zijn/ haar vogels gedurende de ruiperiode en de daaropvolgende winter goed verzorgd heeft.

 

Algemeen:

 

Er zijn veel kwekers die de vogels vooraf preventief kuren met bijvoorbeeld ESB3 of Baycox.

Als je dit doet is het echter noodzakelijk om de vogels na afloop van de kuur extra vitaminen te geven.

Controleer de vogels op de aanwezigheid van vogelluis en/of vedermijt. Vogelluis (of de eitjes daarvan) zijn terug te vinden in kieren, naden en dergelijke.
Vedermijt kun je controleren door de vogel in de hand te houden en de vleugel- en staartpennen tegen het licht te houden. Als er vedermijt aanwezig is, zie je deze in de pen langs de schacht zitten en/of je ziet al beschadigingen in de vlag van de pen.

De broedkooien dienen goed te worden behandeld met een luiswerend (beter nog luisdodend) middel. Je dient echter de kooitjes waar de mannen in opgekooid worden niet te vergeten te behandelen.

Controleer de zitstokken in de broedkooi. Als deze niet goed vastzitten is een goede bevruchting van de pop door de man extra moeilijk, hetgeen veel onnodig onbevruchte eitjes kan opleveren.

 

Opkooien van de mannen.

Kanarie
Kanarie man

 

Als men de mannen gaat opkooien wordt ook de lengte van de lichturen opgehoogd tot ca. 15 uur per dag.

De mannen worden ongeveer 3 weken eerder dan de poppen opgekooid. Let op dat de kweekmannen niet te dik zijn. Als dit het geval is moeten ze op dieet: geef veel groenvoer en milletzaad . Er zijn kwekers die de mannen in zo'n geval maar beperkt drinkwater geven, mijn ervaring is dat dit dan ten koste van de conditie.
Als de mannen opgekooid zijn moeten we hen goed observeren en bekijken op hun goede en zwakke kanten. Bijvoorbeeld: is de vogel geheel intensief? Is de kleur egaal? Voldoet het pigment aan de juiste bestrepingsvorm en kleur?
Op basis van deze observatie ga ik de mannen ordenen: mijn beste man krijgt nr. 1, de volgende nr. 2, etc.
Want op basis hieraan koppel ik de beste man aan de beste pop, dit is naar mijn mening de
beste garantie om de beste jonge vogels te verkrijgen.

 

Opkooien van de poppen.

 

Als men goede kweekresultaten van een pop wil verwachten dan dienen deze in een goede toestand en goede conditie te zijn bij het opkooien.

Voor mij is de vorm en kleur van de ontlasting vaak een goede graadmeter voor de conditie van de pop: de ontlasting mag nooit waterig zijn" er dient altijd een vliesje omheen te zitten. De ontlasting dient donker te zijn,voorzien van een wit "kopje".
Daarnaast neem ik de vogel in hand en contoleer de ademhaling, piepende en ruisende ademhalingsgeluiden zijn uit den boze.
Een goede pop ligt "zwaar, stevig" in de hand.
Het popje dient (geldt ook voor de man) oud genoeg te zijn om mee te kunnen kweken. Ik ga
uit van een leeftijd van minimaal 9 maanden.

 

Selectie.

 

Nadat de mogelijke kweekvogels het bovenstaande doorstaan hebben ga ik verder met mijn selectie, mede met het oog op de tentoonstellingen later in het jaar.

  1. Kweekvogels dienen voldoende groot te zijn. Ik ga dan uit van de standaard voor kleurkanaries. Te kleine vogels worden uitgesloten.
  2. Vervolgens beoordeel ik de bevedering van de vogels. Naar mijn mening is dit een onderdeel wat heel belangrijk is en waar door veel kwekers te weinig aandacht aan geschonken wordt. Ik ga bij intensieve vogels uit van een veerlengte van ca. 1 cm bij de borstveertjes en bij een schimmelvogel van ca. 1,5 cm. Als je dit controleert ziet men grote verschillen, selectie hierop leidt tot een mooie strakke bevedering. Mijn ervaring is dat een intensieve vogel met deze veerlengte nooit gestraft wordt in de rubriek bevedering. Dit puntje kan de kweker zelf verdienen.
  3. Voor mij moet een vogel helder, kwiek uit de oogjes kijken.
  4. Vervolgens wordt de kleur beoordeeld: is die goed egaal of vlekkerig, is die goed zuiver, begint het pigment direct vanaf de snavel, voldoet de bestreping aan de standaardeisen (breedte van de strepen, grondkleur, kleur hoorndeeltjes, flankbestreping, etc.). Ook van belang is om de mate van intensiviteit en schimmel goed in beeld te brengen, dit loopt deels parallel met de veerlengte, maar geeft ook iets weer over de presentatie van het gehele kleurbeeld. Als men hier onvoldoende op let worden er fouten in je jonge vogels ingeweekt die er weer moeilijk uit te kweken zijn. Hier speelt ook het "fingerspitzengefühl' van de kweker mee, wat de ene vogel te veel heeft kun je compenseren met een vogel die dat te weinig heeft.
  5. Uiteraard komt het ook voor dat er nieuwe vogels aangekocht moeten worden. Ook hier begint de selectie al. Ik probeer altijd een vogel te kopen die goed aan de tentoonstellingseisen voldoet en geen vogel die volgens de eigenaar niet aan de eisen voldoet om op een tentoonstelling getoond te worden. Ik probeer een nieuwe vogel al aan te kopen voordat deze op een tentoonstelling geweest is.

 

Dit zijn enkele punten waar ik, op basis van mijn ervaring, op let bij het opkooien en verder selecteren. Ik hoop dat dit helpt bij anderen, die nog ervaring moeten opdoen of er niet geheel uitkomen.

 

S. Linssen, Belfeld